dinsdag 3 maart 2015

Buitje

Argeloos laat ik de warmte van de voorjaarszon op mij inwerken: zo zal een mees die zich geen zorgen over voldoende voedsel hoeft te maken zich voelen als hij de bouwmaterialen voor een nestje aansleept, ondertussen optimistisch fluitend zijn territorium afbakent en tegelijkertijd een vrouwtje het hof probeert te maken. Weldadig, deze zonneschijn. Dat ik zo meteen door een regenbuitje overvallen wordt, daarover draag ik nog geen kennis terwijl ik via de Hommelstraat naar de Waalbandijk ren en mijn regenjasje nog aan de kapstok hangt.
      Naief, dat waren de journalisten ook die vier dagen geleden, op de morgen voor aanvang van de voetbalwedstrijd Feyenoord – AS Roma, verslag deden van gebeurtenissen die niet plaats zouden vinden. Na├»ef en nog iets anders. Vertel eens wat je ziet, vroeg de anchorman in de studio aan de verslaggever ter plaatse. Deze laatste bevond zich bij het vliegveld of het station, in ieder geval op een plaats waar elk moment de supporters van AS Roma zouden arriveren. Wij, Riky en ik, konden horen hoe verlangend beide heren uitzagen naar rellende Italianen, verlangden naar wraakgierige Romeinen die Rotterdam af zouden breken zoals Nederlandse hooligans hun erfgoed hadden gebrutaliseerd.
      Je zou verwachten dat journalisten onze oren en ogen zijn, dat zij geen standpunt innemen, ons, krantenlezers, radioluisteraars of televisiekijkers neutraal verslag doen. Ik herinner mij een internationale voetbalwedstrijd op de TV bij onze buren in Wadway. Tien of elf jaar was ik toen. De scheidsrechter was hopeloos op de hand van de tegenpartij, vond ik. De verslaggever negeerde dat feit volkomen. Toen ik daar een opmerking over maakte werd ik in het ongelijk gesteld, omdat een sportverslaggever altijd neutraal moet zijn, zo werd mij voorgehouden. Dat was een goede les want ik ben haar nooit vergeten!
      Inmiddels ren ik over de Waalbandijk. De zon heeft zich teruggetrokken achter de wolken. Met de eerste paar dikke druppels verdwijnt mijn voorjaarsgevoel, zoals golfjes een spiegelbeeld in een stille plas uiteenrafelen.
      Toen wij, vier dagen geleden, via de radio het korte gesprekje tussen twee verslaggevers hoorden, hoorden wij tevens twee op sensatie beluste volwassenen. Wij zagen hen spreekwoordelijk kwijlen bij het vooruitzicht van ongeregeldheden. Terwijl ik luisterde zag ik mijzelf rennen naar een brand in Spanbroek. Dat was in ongeveer dezelfde tijd als de voetbalwedstrijd die ik bij de buren op TV zag. Door een van mijn zusjes werd ik daar opmerkzaam op gemaakt. Vanuit het keukenraam zagen wij in de verte dikke rookwolken opstijgen. Ik was nog nooit getuige geweest van een brand en sprintte spontaan het huis uit. Onderweg schreeuwde ik af en toe ‘Brand, brand…!’, als ik een bekende tegenkwam. Toen ik na ongeveer twintig minuten rennen ter plaatse was, was de brandweer reeds gearriveerd. Er werden dikke slangen uitgerold. De fourniturenzaak – knopen en garenwinkel noemden wij dat – stond in lichterlaaie. Dezelfde winkel waar ik nog maar een paar dagen daarvoor een paar klosjes garen voor mijn moeder had gehaald. De boel brandde volledig uit. Ik weet nog dat ik mij naderhand afvroeg waarom ik mij zo opgetogen over die brand had gevoeld en of de auto van de eigenaar, een Austin Morris meen ik, het ding had een hardhouten opbouw, eveneens verbrand was.
      De spanning die ik in de stemmen van de radiojournalisten hoorde was die van een kleine jongen die naar een brand rent. O, ik weet wel, het kind en de volwassene, ze blijven een en dezelfde persoon. Maar toch had het die morgen iets onbetamelijks, iets hijgerigst: hoe zal het gaan in Rotterdam? De duidelijk verwachte ongeregeldheden bleven uit. Gelukkig. Hoewel het op het veld uit de hand liep. Toeschouwers gooiden regelmatig voorwerpen op het veld.
      De regen bleef beperkt tot een klein buitje. Feyenoord verkeert echter nog in onzekerheid of de UEFA een zaak tegen de vereniging opent. En ze verloren ook nog met 2-1 van de Italianen.
     

      

Geen opmerkingen:

Een reactie posten