Het is altijd (het
lijden van) een klein kind dat ons medegevoel opwekt, dat ons weet te verbinden
in onze hoop op vrede, dat ons mild stemt en het beste uit onszelf naar boven
haalt. Verhalen die wij heel goed kunnen gebruiken in tijden dat zelfs een
vrachtwagen een kerstmarkt kan bezoeken. Deze week is dat het verhaal van de
zesjarige, doodzieke Tijn die ons laat zien dat we ons verbonden kunnen voelen
met de problemen van anderen, in plaats van ons blind te staren op onze eigen
sores. Ondanks de wetenschap dat zijn ziekte binnen een jaar het leven van hem
af zal pakken, ondersteunt Tijn 3FM Serious
Request bij hun pogen zoveel mogelijk geld op te halen voor kinderen die
aan een longontsteking lijden. In zijn eentje harkte dit jochie al meer dan een
miljoen bij elkaar.
De kleine Charlotte hier,
het zangvogeltje dat beter bekend is als vink of boekvink, brengt mij alleen al
door zijn zang in een betere stemming. Ook al versta ik het niet, misschien wenst
het mij een vrolijk kerstfeest toe. Het kan ook zijn dat het zo luidruchtig
fluit om zijn territorium af te bakenen. Je weet het niet! En terwijl ik over
de Waalbandijk ren stel ik me voor dat deze vinkenman zich uitslooft om voor
zijn broedende vrouw voldoende insecten te vangen of eiwitrijke zaden te
verzamelen. Het is er wel helemaal de tijd niet voor, maar je weet het maar
nooit want het is bijna kerstmis. Misschien gaat de hemel open en is alles
mogelijk, misschien zal haar ei dan op tijd uit kunnen komen als een kerstwens
voor ons allemaal. In het lied Midden in de Winternacht, zingen we immers niet
voor niets ‘Ondanks winter sneeuw en ijs,
bloeien alle bomen, want het aardse paradijs is vannacht gekomen’!
Kerstgroep door de ouders van Riky in 1928 aangeschaft. |
Ik herinner me een
krantenberichtje over de rubber matten die op de fietsstrook van het
gerenoveerde deel van de Tacitusbrug
worden gelegd, in afwachting van asfaltbeton, zodat fietsbanden niet slippen op
het kale stalen wegdek. Mijn nieuwsgierigheid doet me besluiten om over de
strook die gewoonlijk voor plaatselijk landbouwverkeer bedoeld is, naar de
overkant te rennen. Het diep onder mij stromende rivierwater doet me denken aan
dat andere Bijbelverhaal. Daarin gebiedt farao alle Hebreeuwse jongetjes in de
Nijl te gooien. De moeder van de kleine Mozes legt haar kind in een mandje van
papyrus en verstopt het tussen het riet langs de oever van de Nijl… Dit verhaal,
dat eigenlijk een Oudtestamentisch kerstverhaal is, boeide mij als kind nog
meer dan het verhaal over de geboorte van Jezus.
Na iets meer dan een kilometer sta ik aan de andere kant van de Waal, maar kan ook van hieruit niets van dat rubbermattenklusje onderscheiden. Er verschijnen een paar felle lampen onderwijl ik weer naar ‘mijn kant’ van de rivier ren. Ze behoren toe aan een zware landbouwtractor. Tussen de kapitale banden en de console waarop het veiligheidshek is gemonteerd blijft slechts een smal stukje wegdek vrij. Als ik op de scherpe betonnen rand stap hoor ik Riky onze jongens waarschuwen: ‘Niet op het randje staan hoor!’ De logge wielen rollen soepel langs mij heen en als dank steekt de boer zijn hand op. Voor hetzelfde geld had ook hier een nieuw kerstverhaal kunnen beginnen. Gelukkig was dat niet mijn lot.
Na iets meer dan een kilometer sta ik aan de andere kant van de Waal, maar kan ook van hieruit niets van dat rubbermattenklusje onderscheiden. Er verschijnen een paar felle lampen onderwijl ik weer naar ‘mijn kant’ van de rivier ren. Ze behoren toe aan een zware landbouwtractor. Tussen de kapitale banden en de console waarop het veiligheidshek is gemonteerd blijft slechts een smal stukje wegdek vrij. Als ik op de scherpe betonnen rand stap hoor ik Riky onze jongens waarschuwen: ‘Niet op het randje staan hoor!’ De logge wielen rollen soepel langs mij heen en als dank steekt de boer zijn hand op. Voor hetzelfde geld had ook hier een nieuw kerstverhaal kunnen beginnen. Gelukkig was dat niet mijn lot.
Zalig Kerstfeest!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten