dinsdag 11 oktober 2016

Liefdesbaby

Vandaag is Afra jarig, een van mijn tien zussen. Joggend over de Hommelstraat stel ik me voor dat, bijna aan de andere kant van ons land, Hans mijn zwager, wakker wordt, zich de slaap uit zijn ogen wrijft, op de wekker ziet dat het bijna acht uur is en zich realiseert dat hij zijn vrouw een serenade moet brengen. Tenminste als hij ook de gewoonte koestert om de jarige wakker te zingen, nog lekker warm tussen de lakens en met een stem waarin de slaap nog goed hoorbaar is. Deze mijmering wordt ruw aan stukken gescheurd door een scherpe knal. De schrik gaat zo diep dat ik de co├Ârdinatie over de volgende pas gedeeltelijk kwijt ben waardoor ik een onverhoedse beweging maak. Het volgende moment kijk ik snel om me heen om te zien of iemand dat heeft gezien, mijn schrikreactie bedoel ik. Opnieuw kijk ik rond om degene te vinden die vuurwerk staat af te steken – toch geen vuurwerk vanwege Afra’ verjaardag? Niets. Niemand. Wie is er zo gek om zo vroeg in de morgen zulke scherpe explosies te veroorzaken? Op de Tempelstraat klonk ook al een doffe knal, maar niet zo dichtbij dat ik ervan schrok.
Was het wel vuurwerk dat me uit mijn evenwicht bracht? Het was duidelijk anders dan dat doffe geluid dat ik eerder op de Tempelstraat hoorde. En bovendien, midden in het dorp gaat geen normaal mens met een jachtgeweer staan knallen. Toch? Feit is dat Herman, de hooglandstier, doet alsof er geen scherpe knallen waren. Hij is volledig in zijn gewone doen en staat ontspannen met het zwarte buurpaard aan de draad die hun weitjes van elkaar scheidt, te chillen (ik begrijp alleen niet dat zij daarbij kop aan kont staan!) Feit is ook dat ik geen onderscheid kan maken tussen vuurwerk en het knallen van handvuurwapens. Dat is ook geen probleem want anders dan in Amerika is het vuurwapenbezit in ons land voorbehouden aan de politie en onder bepaalde omstandigheden, aan het leger. En aan de criminelen natuurlijk. Maar die laatste categorie vindt je toch vooral in de grote steden, daar knalt men elkaar tegenwoordig lustig overhoop!
Ja, Amerika! Daar is men dol op vuurwapens. En niet alleen omdat het recht op het dragen van wapens in hun grondwet staat, in een amendement dat in 1790 werd aangenomen. Het zijn vooral ook de verkopers. Ik heb namelijk nog nooit een handelaar met zoveel liefde over een AR-15 horen spreken dan wapenhandelaar Jim Brown. Ook al zag ik zijn optreden relatief lang gelden – op het Acht-uur journaal, ergens in de eerste week van juli – zie ik hem nog steeds voor me en is hij sindsdien voor mij het prototype van een wapenhandelaar. De man was vol van zichzelf en van heel veel verorberde T-bone-steaks, begeleid door van boter druipende ma├»skolven!
We kennen allemaal een moment in ons leven dat we beschouwen als het absolute toppunt, als de apotheose van ons bestaan. Dat moment, zo kwam het op mij over, las ik van het gezicht van Brown toen hij met Zuidelijke trots de vuurkracht van zijn ‘liefdesbaby’ aan belangstellende journalisten toonde: “Met dit model kan een oma, ja zelfs een kind schieten!” Zelf kreeg hij zijn eerste vuurwapen toen hij zes jaar oud was.
Het klonk als een grijsgedraaid nummer uit de Hitparade toen hij, struikelend over zijn woorden, verklaarde: “Dit wapen heeft nog nooit een mens gedood, zal nooit een mens doden, het is de moordenaar die de trekker overhaalt!”
Ik ben blij met Nederland. Ook al knalt er hier af en toe vuurwerk. En het is nog altijd beter ergens in een weiland met elkaar af te spreken om elkaar eens lekker af te rossen, dan altijd de beschikking te hebben over een vuurwapen. Ik probeer me voor te stellen hoe dat eruitziet, lang zal ze leven zingen met een revolver in de band van je pyjamabroek. Bespottelijk!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten