vrijdag 14 november 2014

Gezin

Het muisje ligt in het midden van de Hommelstraat. Ik neem aan dat het om een zij gaat die hier op haar rug ligt. Schaamteloos. Haar witte buikje naar mij toegewend alsof zij een hondje is dat gekroeld wil worden. In plaats van op haar uitnodiging in te gaan ren ik door.
         Overduidelijk een Mus musculus en overduidelijk dood. Terwijl ik het schamele lijkje van deze onfortuinlijke huismuis passeer en het nog een laatste blik gun, zit ik weer even in de auto…
         Wij rijden over de Elsenpas, Niek en ik. Mijn kleinzoon verwondert zich over de groene achterwerken van de schapen. Waarom dat zo is, wil hij weten. Gekleurd door de sappen van het gras, denk ik in eerste instantie, maar dat kan niet kloppen: schapen zitten gewoonlijk niet genoeglijk met over elkaar geslagen achterpoten op hun gat. Ik heb dat tenminste nog nooit gezien. Maar Niek stelt een serieuze vraag, die verdient een oprecht antwoord.
         In plaats van hem met mijn fantasie├źn lastig te vallen vertel ik over de regelgeving die het boeren verplicht om hun dieren te merken.
         “Je hebt toch wel eens van die gele oormerken bij koeien gezien?”
         Niek beaamt dat. Onderwijl herinner ik mij een radioprogramma over deze lelijke ‘oorbellen’, zoals Niek ze noemt. Een boer weigert zijn dieren, die hij ergens op de Veluwe houdt, van oormerken te voorzien en vertelt over de consequenties die dit voor hem had. De reden voor zijn halsstarrigheid is dat hij iedere koe kent. Niet alleen aan uiterlijk en naam maar ook aan het gedrag. En de koeien kennen hem. Deze boer achtte zichzelf verantwoordelijk voor het welzijn van zijn dieren en beschouwde hen als leden van zijn gezin. “Je gaat je kind toch niet oormerken!” Daar had de verslaggever niet van terug.
         Samen vinden we de houding van deze boer sympathiek. 
         “Jij beschouwt Loes toch ook als lid van jullie gezin?,” vraag ik mijn kleinzoon, “Zou jij haar oormerken?” We schateren om het beeld van de poes met gifgele ‘oorbellen’ in haar oren (dat Loes waarschijnlijk is gechipt, vergeten we voor het gemak maar even.)
         “En Snuf, de rat van Koen?” Niek verbetert mij giechelend: “Cavia, opa! Snuf is toch geen rat!”.
         “Ja natuurlijk, cavia. Ik kon er even niet opkomen. Niet aan Koen vertellen hoor, dat ik Snuf voor rat uitmaakte.” En natuurlijk vindt Niek dat ook Snuf deel uitmaakt van het gezin…
         De huismuis hier op het asfalt, is eveneens lid van een gezin en wordt misschien nu al gemist. Waarschijnlijk bestaat haar huishouden uitsluitend uit muizen, maar dat maakt geen verschil. Terwijl ik verder ren vraag ik mij af hoe zij midden op de straat aan haar einde is gekomen en tegelijkertijd komt een koeientekening aan de wand van de koestal bij Broers bovendrijven. Zo’n tekening was in mijn kindertijd verplicht om daarmee iedere afzonderlijke koe te kunnen identificeren. Vol bewondering was ik daar over, tot Piet mij vertelde dat de koeien al voorgetekend waren. De boer hoefde er slechts de vlekken in aan te brengen. Hij beloofde mij dat, als er een nieuw kalf geboren werd en dat kalf zichzelf had bewezen, ik de vlekken mocht intekenen en inkleuren. Opgetogen vertelde ik dat aan Moe, maar volgens mij is Piet zijn belofte niet nagekomen.
         Thuisgekomen, na dat autoritje gistermorgen, ben ik aan het googelen gegaan en ontdekte de ware reden voor de groene achterwerken die Niek bij die schapen langs de Elsenpas signaleerde. Nu, rennend over de Waalbandijk, denk ik na hoe ik die aan hem ga vertellen.
         Wil jij weten hoe het zit? Lees het hier. Maar let op, deze webpagina kan spannende beelden oproepen!
        

         

Geen opmerkingen:

Een reactie posten